Beste Arjen, een maand of wat geleden zond je een badinerend item uit over hoe achterlijk ouderen wel niet zijn dat ze liever betalen met contant geld. Ik was toen te verbouwereerd om te reageren, eerlijk gezegd. (En ik had een deadline.) Maar ik moest er weer aan denken toen ik dit stuk las over de Beurs voor Bijzondere Reizen. Het geeft onbedoeld een goed voorbeeld van het belang van de mogelijkheid om contant te kunnen blijven betalen. Ik heb er eerder over geschreven, overigens.

Het stuk over de Beurs voor Bijzondere Reizen gaat over mensen die ondanks de oplaaiende crisis nog steeds op reis willen naar Iran. Maar aanbieders van dergelijke reizen hebben het wel moeilijk vanwege de sancties tegen dat land.

Onlangs zegde de ING Bank haar rekeningen op, omdat Kazemi [een van de touroperators] tickets had gekocht bij Iran Air. ‘Belachelijk, zelfs de gedeelde bankrekening van mijn 90-jarige moeder! Waarom?’

Met andere woorden: je bank bepaalt wie je wel en niet mag betalen, nota bene vanwege sancties die door een vreemde mogendheid zijn ingesteld! Door volledig afhankelijk te zijn van banken voor het afhandelen van alle onze betalingen, kunnen zij onze transacties censureren: hetzij omdat ze dat zelf willen (financiële dienstverleners weren bijvoorbeeld sekswerkers), hetzij omdat onze eigen regering ze daartoe dwingt, of omdat een willekeurige andere partij met voldoende macht ze daartoe kan dwingen (zoals het hierboven aangehaalde voorbeeld).

In een wereld zonder cash zijn alle financiële transacties bovendien traceerbaar, en in zekere zin veel ‘formeler’: zonder contant geld geen heitje voor een karweitje, een beloning van oma voor een goed rapport, of betalen op de rommelmarkt voor kinderen op koningsdag. Ook fooien geven is ongemakkelijker als je moet pinnen.

En dan heb ik het nog niet eens over de consequenties van een langdurige PIN storing als niemand meer contant geld gebruikt. Laat staan wat er gebeurt als het systeem voor PIN betalingen moedwillig wordt platgelegd.

Met ander woorden: die oudjes zijn zo gek nog niet, Arjen.