Een pantsercloud moet Europese burgers beschermen tegen data-graaien door de Amerikanen. Dat klinkt heel wat, maar bescherm niet tegen boter op het hoofd.

Wij Europeanen kunnen er zelf namelijk ook wat van. De Engelse GCHQ blijkt Belgacom gehackt te hebben. Minister Opstelten wil een terughackbevoegdheid. Onze eigen Belastingdienst vraagt kentekengegevens op van alle geparkeerde auto’s. De Duitsers werken samen met de NSA: ga zo maar door. Een Europese cloud beschermt ons niet tegen de daadkracht van onze eigen crimefighters. Panstercloud is dan ook de verkeerde metafoor: het probleem van een cloud dienst is de bedreiging van binnenuit.

Er zou daarom dan ook een veel fundamenteler debat gevoerd moeten worden over de noodzaak om alles maar als een cloud dienst aan te bieden. De privacy risico’s zijn gigantisch. En vaak met opzet: de cloud diensten zijn gebaseerd op bedrijfsmodellen die expliciet als doel hebben geld te verdienen aan onze persoonlijke informatie.

En als we dan al een cloud dienst willen opzetten, dan graag een cloud die faalt voor de fuzzy mud puddle test: als de gebruiker zijn computer verloren heeft en zijn wachtwoord vergeten is, krijgt hij nooit meer toegang tot zijn data in de cloud. Zo’n cloud is namelijk bestand tegen data graaien. Maar dan maakt het niet meer uit of de cloud dienst Amerikaans, Europees of Chinees is…