Gisteren diende er een kort geding van de Belastindienst tegen de Museumvereniging, die de museumkaart uitgeeft. De vereniging weigert namelijk de Belastingdienst inzage te geven in het gebruik van de museumkaart. De Belastingdienst zegt deze gegevens nodig te hebben om te kunnen bepalen of iemand die claimt niet in Nederland woonachtig te zijn, toch in Nederland verbleef en daarom belastingplichtig is. De Museumvereniging zegt de privacy van haar gebruikers te willen beschermen.

Dit doet denken aan een eerder zaak waarin de Belastingdienst kentekengegevens vorderde van parkeerbedrijven.

Deze informatie is voor de Belastingdienst super interessant voor het opsporen van fraude met een auto van de zaak. Die mag je maar beperkt privé gebruiken, tenzij je een deel van de waarde als extra inkomen opgeeft, en een sluitende rittenadministratie bijhoudt. Dit was voor de Belastingdienst aanleiding om in 2012 bij parkeergarages met een registratie op basis van kentekens de gegevens (i.e. kentekens, tijdstip van in- en uitrijden) van alle geparkeerde auto’s op te vragen. De Belastingdienst is van mening dat ze deze informatie mag opvragen omdat deze informatie fiscaal relevant is.

Een van de parkeergaragebedrijven, SMSParking, weigerde. Ze vond dat het opvragen van de parkeergegevens van al haar klanten niet proportioneel was voor het doel om een kleine groep, leaserijders op fraude te betrappen. De Belastingdienst spande daarop in 2013 ook een kort geding aan. Ze verloor in eerste instantie maar kreeg in hoger beroep toch haar zin

De zaak draaide om de toepassing en interpretatie van artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) waarin het recht op privacy wordt vastgelegd. Uitzonderingen op dit grondrecht zijn alleen te rechtvaardigen door zeer zwaarwegende collectieve belangen en voorzover bij wet voorzien. In het kort geding vroeg de rechter zich, meer in het algemeen, af of de uitzondering niet te vaak, en te lichtzinnig, werd aangeroepen:

[W]aar de vastgelegde informatie over burgers enorm is toegenomen, dringt zich in het maatschappelijk debat steeds meer de vraag op: wat is de hoofdregel van artikel 8 EVRM voor de burger nog waard?

Met andere woorden: als de Belastingdienst voor dit soort lichte vergrijpen van een kleine groep potentieel frauderende leaserijders al het fundamentele recht op privacy mag schenden, wanneer zou de Belastingdienst, of een andere instantie, dit dan niet mogen? Helaas ging in hoger beroep de rechter, in deze zaak althans, niet in deze redenering mee.

Nou is voor parkeergegevens van leaserijders nog te beargumenteren dat deze direct ‘fiscaal relevant’ zijn omdat hieruit onomstotelijk kan worden vastgesteld of de rittenadministratie die een leaserijder indient ook inderdaad klopt. Maar als de rechter meegaat in de redenering dat informatie over museumbezoek belangrijk genoeg is om te bepalen of iemand in Nederland woont, dan wordt het begrip ‘fiscaal relevante informatie’ wel heel erg opgerekt, en rijst de vraag of er überhaupt nog informatie is die niet fiscaal relevant is. Denk bijvoorbeeld aan een bezoekje aan de Tuinland (iemand zonder tuin heeft daar niets te zoeken), een bonnetje van de fietsenmaker (iemand met een fiets moet wel haast in Nederland wonen), eigenlijk alles wat je doet in Nederland zou een bewijs kunnen zijn dat je toch stiekem in Nederland woont.

Ook zonder dit oprekken van het begrip fiscaal relevante informatie heeft de Belastingdienst nu al het recht om een grote hoeveelheid persoonlijke informatie op te vragen bij andere instanties. En daar waar die instanties zelf de gegevens moeten verwijderen zodra die niet langer relevant zijn (de politie moet bijvoorbeeld kentekengegevens na zes weken verwijderen) mag, nee moet, de belastingdienst alle haar informatie zeven jaar bewaren. Omdat de data bij de Belastingdienst, ondanks een geheimhoudingsplicht, toch door andere overheidsdiensten zijn op te vragen, heb ik de Belastingdienst eerder al eens de ‘datawitwasstraat van de overheid’ genoemd. Reden om de Belastingdienst een aantal jaren geleden te nomineren voor de Big Brother Awards (P.S.: de volgende awardsuitreiking vindt 22 januari 2019 plaats; je kunt nu tickets bestellen en je nominaties doen!).

Maar ook de Museumvereniging is natuurlijk grof de fout ingegaan. Mooi dat ze zeggen dat ze opkomen voor onze privacy en onze museumbezoekjes niet willen delen met de Belastingdienst. Maar het feit dat zelf al onze museumbezoekjes registreren en bewaren is natuurlijk op zichzelf al een flagrante privacyschending! Dat is toch nergens voor nodig. Prima als ze bijhouden hoeveel mensen welk museum hebben bezocht. Maar het is volstrekt niet nodig om bij te houden wie nu precies welk museum heeft bezocht (en wanneer).

Simpelweg een gevalletje van niet weten hoe je privacy by design moet toepassen. En laat ik daar nu net een handig boekje over geschreven hebben…