Op 11 juli 2017 nam de Eerste Kamer de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) met een meerderheid van stemmen aan. In die wet krijgen de AIVD en de MIVD nieuwe bevoegdheden. Als de wet op 1 januari 2018 in werking treedt, krijgen deze veiligheidsdiensten de mogelijkheid om ook ‘kabelgebonden’ communicatie (lees: Internetverkeer) ongericht te onderscheppen. Ook kunnen ze, rechtstreeks, toegang krijgen tot gegevensbestanden van andere organisaties en bedrijven. En mogen ze de verkregen gegevens delen met buitenlandse inlichtingendiensten.

Niets meer aan te doen, zou je zeggen. Toch niet.

Eerder al meldden twaalf organisaties, waaronder burgerrechtenorganisatie Privacy First en de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, dat ze naar de rechter zullen stappen om deze ‘sleepwet’ ongeldig te laten verklaren. En onlangs verzamelde een groepje Amsterdamse studenten in een week 10.000 handtekeningen voor een initiatief om een raadgevend referendum over de sleepwet te houden.

Vanwaar deze acties? Het is toch niet vreemd om onze inlichtingendiensten de macht te geven om het onternet in de gaten te houden? Het gros van de communicatie, van gewone burgers, maar ook criminelen en terroristen, vindt immers daar plaats?

Dat klopt. Ik zal hier niet een discussie beginnen over de vraag of we überhaupt nog geheime diensten nodig hebben in deze tijd van radicale transparantie. Maar er zijn een aantal dingen grondig mis met deze wet.

De wet wordt niet voor niets Sleepwet genoemd. De inlichtingendiensten mogen met een groot en wijd sleepnet data op het internet verzamelen. Daarmee wordt bij het zoeken naar terreurverdachten ook veel data van onschuldige burgers verzameld en geanalyseerd.

Dit is de wereld op zijn kop. Dat een paar onschuldige burgers bijvangst zijn in de jacht op terroristen is te billijken. Maar nu lijkt het erop alsof de terroristen een toevallige bijvangst zijn in de zee van data van onschuldige burgers. Die overvloed aan ongeanalyseerde data mag ook nog eens met al dan niet bevriende geheime diensten van andere landen gedeeld worden. Data van onschuldige burgers komen zo in de handen van een andere overheid terecht. Net zoals een sleepnet ecologische schade toebrengt, heeft deze Sleepwet maatschappelijke (privacy)schade tot gevolg.

Ook ons Privacy & Identity Lab op de Radboud Universiteit Nijmegen (RU) voerde vorig jaar een privacy impact-assessment uit op het wetsvoorstel. Naast de hierboven genoemde bezwaren vinden wij dat de wet dwingender privacy by design zou moeten opleggen. De ‘drietapsraket’ van verzamelen, selecteren en analyseren zou technisch zo ingericht moeten worden dat privacyrisico’s en misbruik beperkt worden. Ook houdt de wet onvoldoende rekening met belangrijke toekomstige technologische ontwikkelingen zoals drones, geavanceerde data-analyse gecombineerd met nieuwe observatiemiddelen, en de data-overvloed die wordt veroorzaakt door het Internet der Dingen. Daarmee worden de privacyrisico’s van voorgestelde bevoegdheden onderschat.

Zoals Hans de Zwart van Bis of Freedom onlangs zei:

Het wordt binnen een paar jaar voor de overheid opeens technisch mogelijk én — niet onbelangrijk — betaalbaar om iedereen altijd 100% in de gaten te houden.

Met als gevolg dat we ons gaan gedragen alsof er ieder moment van de dag een politieagent met ons meekijkt. Onlangs vroeg het Department of Justice in de VS de gegevens van 1,3 miljoen bezoekers van een anti-Trump website op. Hoe vrij voel je je dan nog om je kritisch te uiten over Donald Trump? En hoe zeker zijn we dat iets soortgelijks niet in Nederland gebeurt?

Als laatste: veel is al gezegd over het gebrekkige toezicht op de veiligheidsdiensten. Maar ook de politiek laat het afweten. De commissie ‘stiekem’ heeft slechts vijf leden, waarvan vier drie lid zijn van onze toekomstige regering. De commissie telt straks dus slechts één twee oppositieleden!

Met andere woorden: dit moet echt anders. Om echt een referendum af te dwingen hebben de studenten uit Amsterdam 300.000 handtekeningen nodig. Tekenen dus!

Deze column verscheen op 26 augustus 2017 in het Morgen katern van het FD