Amsterdam gaat vier weken lang de bewegingen van het publiek op De Wallen bijhouden. Met deze proef wil de gemeente onderzoeken hoe overmatige drukte in het gebied bestreden kan worden. De gemeente gebruikt hiervoor WiFi-tracking en zogenaamde telcamera’s. De proef lijkt sterk op het systeem dat de NS gebruikt om passagiersstromen op een zestal stations te meten, waarbij de ruwe gegevens vijf jaar lang worden bewaard. WiFi-tracking is met een opmerkelijke opmars bezig: ook Schiphol maakt er bijvoorbeeld gebruik van, en sommige winkelketens.

WiFi-tracking maakt gebruik van het feit dat je smartphone, tablet of laptop permanent een uniek nummer, het zogenaamde MAC-adres, uitzendt – tenzij je telefoon helemaal uit staat of in vliegtuigmodus staat. Maar goed, dan ben je dus onbereikbaar: daar had je je telefoon niet voor meegenomen. Met dit adres van je telefoon ben je uniek identificeerbaar. En door de sterkte van radiosignalen te meten is het zelfs mogelijk om de locatie van je telefoon met een grote mate van precisie te bepalen. En zo is dus, in theorie, te zien dat iemand die gisteren op de Wallen was, vandaag op station Utrecht instapt op de trein naar Schiphol, waar hij wel erg lang rondhangt…

De Wallen zijn nu eenmaal niet een buurt waarvan je wilt dat anderen weten dat je er geweest bent. Sterker nog, je wilt er misschien helemaal niet gezien worden, zelfs al zouden mensen meteen vergeten dat ze je daar gezien hebben. Maar laat dat ‘zien’ nou precies zijn wat WiFi-tracking doet.

De gemeente bezweert dat bij de proef op de Wallen de privacy niet in het geding is, maar dat hangt erg af van de manier waarop het systeem geïmplementeerd is. Vooral van belang is de methode waarop het MAC-adres geanonimiseerd wordt. Een goede methode zorgt ervoor dat je niet kunt weten of een telefoon die je vandaag ziet er gisteren ook was. En zorgt er ook voor dat je nooit kunt weten of een telefoon die eerder op De Wallen is gezien zich nu op Schiphol bevindt. Anonimisering vindt bij voorkeur plaats in het kastje op straat dat het MAC-adres waarneemt, en niet ergens op een centraal punt.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is kritisch over en stelt dat niet iedere methode van anonimiseren noodzakelijkerwijs afdoende is. Bovendien is er discussie over de vraag of er volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die volgend jaar ingaat, en de nieuwe ePrivacy-richtlijn niet vooraf toestemming vereist is. Dat laatste is natuurlijk problematisch in het geval van WiFi-tracking: om toestemming te vragen moet je eigenlijk al gezien hebben dat er een apparaat in de buurt is.

Niet iedereen is ervan overtuigd dat dit soort systemen een privacyprobleem vormen. Een vergelijkbaar standpunt nemen voorstanders van het ongericht monitoren van het internet in, onder het motto dat kijken, ja zelfs opslaan, geen privacyschending is zolang de gegevens niet gebruikt worden.

Dit voorbeeld, het volgen van mensen in de rosse buurt van Amsterdam, zet scherp neer waar de schoen wringt, zelfs als het systeem zo privacy-vriendelijk mogelijk wordt ingericht. De Wallen zijn nu eenmaal niet een buurt waarvan je wilt dat anderen weten dat je er geweest bent. Sterker nog, je wilt er misschien helemaal niet gezien worden, zelfs al zouden mensen meteen vergeten dat ze je daar gezien hebben. Maar laat dat ‘zien’ nou precies zijn wat WiFi-tracking doet. En we moeten er maar op vertrouwen dat het systeem inderdaad ‘vergeet’. En laat nou juist De Wallen ook bij uitstek een gebied zijn waar de politie een bovengemiddelde interesse in heeft.

Het Rathenau Instituut schreef dit jaar, in opdracht van het Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE), een rapport over Mensenrechten in het robottijdperk. Daarin signaleert het instituut een aantal technologische ontwikkelingen die ons voor nieuwe sociale en ethische uitdagingen plaatsen, waarvoor de huidige wetgeving onvoldoende bescherming biedt. Zij suggereert daarom onder meer een – in de context van deze column relevant – recht ‘om niet gemeten, geanalyseerd of be├»nvloed te worden’. Dit omvat wat mij betreft het recht om ongezien te blijven. Dat is een broodnodig tegenwicht tegen de huidige ‘niet omdat het moet, maar omdat het kan’-mentaliteit.

Deze column verscheen (in verkorte versie) op 24 juni 2017 in het Morgen katern van het FD.