Eind 2014 heeft het kabinet een expertgroep big data en privacy in het leven geroepen. In deze expertgroep zaten wetenschappers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven – het maatschappelijk middenveld was opvallend genoeg niet vertegenwoordigd. Onlangs heeft deze expertgroep haar rapport “Licht op de digitale schaduw, verantwoord innoveren met big data” naar buiten gebracht. In het rapport staan een aantal interessante observaties en aanbevelingen, die ik hier graag wil bespreken.

Big data maakt gebruik van grote volumes aan data, die gevarieerd van samenstelling en herkomst zijn, en snel kunnen veranderen. Veel van die data zijn persoonlijke gegevens, verkregen door ons gedrag online en offline te observeren. Door deze data met intelligente algoritmes te analyseren, verkrijgen we nieuwe inzichten in gedragspatronen.

Terecht merkt de expertgroep op dat we in feite al in een big data-wereld leven – in die zin zou je kunnen zeggen dat het rapport een beetje als mosterd na de maaltijd komt. Big data kan bijdragen aan het verbeteren van maatschappelijke activiteiten: denk aan veiligheid, duurzaamheid en zorg. Maar big data kan ook de privacy van de burgers schaden en hun vertrouwen in de (digitale) samenleving ondermijnen. Dit laatste omdat big data de burger zelf steeds transparanter maakt, terwijl de big dataprocessen die bedrijven en overheden gebruiken juist steeds ongrijpbaarder en oncontroleerbaarder worden.

Helaas blijven de schadelijke invloed van big data op de autonomie van burgers, de risico’s op discriminatie en de omkering van oorzaak en gevolg een beetje onderbelicht in het rapport. Kort gezegd: het probleem dat big data zich richt op wat technisch kan, en niet op wat maatschappelijk gezien belangrijk is. Het heeft wellicht ook te maken met het feit dat dit rapport is gericht op commerciële dienstverlening, en niet op het gebruik van big data door de overheid. Dat is een gemis.

Een belangrijke observatie in het rapport is dat wetgeving rondom privacy door het bedrijfsleven als complex wordt gezien – als men al op de hoogte is van die wetten. Ook ervaart het bedrijfsleven de eisen die uit deze wetten voortvloeien als lastig en soms onuitvoerbaar. Bijvoorbeeld dat persoonlijke gegevens alleen voor een vooraf gespecificeerd doel mogen worden verwerkt. Dergelijke doelbinding wringt met big datatoepassingen waarbij al eerder verzamelde data voor een nieuw doel worden gebruikt. Dit is ook lastig bij het ontwikkelen van nieuwe toepassingen, waarbij de exacte mogelijkheden en de daarvoor benodigde data nog niet bekend zijn. De expertgroep pleit daarom voor een wettelijke ‘experimenteerruimte’.

Het helpt hierbij niet dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zich richt op handhaving, en vrij formalistische en algemene richtsnoeren publiceert. AP staat niet open voor een dialoog met bedrijven die met de privacyproblematiek worstelen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er de laatste tijd op dit gebied wel een kentering bij de AP valt waar te nemen. Te hopen is dat met de onlangs aangetreden nieuwe voorzitter, Aleid Wolfsen, deze trend wordt doorgezet. Ondersteuning door andere, onafhankelijke partijen is ook gewenst, maar helaas nog dun gezaaid. Zeker voor kleinere bedrijven is de toegang tot expertise op dit gebied beperkt.

De expertgroep doet in zijn rapport ook nog een aantal voor de hand liggende, doch zinnige aanbevelingen. Het toezicht moet worden verbeterd, onder meer door de capaciteit bij de toezichthouder te vergroten (zie hierboven). Ook moeten consumenten expliciet worden betrokken bij, en een stem krijgen in, big dataontwikkelingen. Daarnaast moet er meer worden geïnvesteerd in kennisopbouw. Brancheorganisaties zouden de ontwikkeling van gedragscodes moeten stimuleren, het bewustzijn bij bedrijven moeten vergroten, en de dialoog tussen bedrijven in een bepaalde branche moeten faciliteren. Ten slotte beveelt de expertgroep aan de blik te richten op verantwoorde innovatie met big data. Bedrijven kunnen zich onderscheiden door professioneel om te gaan met persoonlijke data, en te innoveren op een verantwoorde omgang met persoonsgegevens.

Dit sluit nauw aan bij iets wat ik al eerder heb gezegd: echte innovatie is het vinden van een oplossing voor een schijnbaar onoplosbaar probleem. Big data is nou typisch zo’n domein waar het stikt van de schijnbaar onoplosbare problemen. Daar ligt dus een fantastische kans.

Deze column verscheen op 15 oktober 2016 in het Morgen katern van het FD