Dit weekend las ik het uiterst lezenswaardige boek Design my privacy van Tijmen Schep. Daarin geeft hij acht concrete tips hoe je systemen privacy-vriendelijker kunt ontwerpen. Die tips zijn niet alleen bedoeld voor de techneuten, maar eigenlijk voor iedereen die producten of diensten ontwerpt, of overweegt ze te door anderen te laten ontwikkelen.

Kort samengevat zegt Tijmen Schep het volgende:

  1. Denk vanaf het begin na over de privacy-consequenties van je ontwerp.
  2. Bedenk daarbij wat je allemaal voor slechts kunt uithalen met de persoonlijke gegevens die jij verzamelt.
  3. Verzamel zo weinig mogelijk persoonlijke gegevens.
  4. Bescherm de persoonlijke gegevens die je verzamelt zo goed mogelijk.
  5. Ga flexibel om met identiteit en sta pseudoniemen toe.
  6. Laat zien wat het product doet en hoe het dat doet.
  7. Geef de gebruiker controle.
  8. Besef dat wat je ontwerpt invloed heeft op de gebruiker en op haar omgeving.

In verband met dat laatste punt werd ik getroffen door Tijmen’s suggestie om data niet langer als het nieuwe goud, maar als de nieuwe olie te zien.Het beeld van data als het nieuwe goud verwijst naar de ‘gold rush’ in de Verenigde Staten, die halverwege de 19e eeuw van California een rijke staat maakte. Voor velen is dit een lonkend perspectief, helemaal omdat Silicon Valley sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw ook een gigantische economische invloed heeft. Helaas vergeten veel mensen dat de gold rush ook catastrofale gevolgen heeft gehad, onder andere voor de oorspronkelijke inheemse bevolking.

Door data als de nieuwe olie te zien, kantelt dit beeld. Net als goud is olie waardevol, en zijn mensen bereid veel energie te steken in het winnen ervan. Onze hele economie draait (nog) op olie. Maar olie is ook vies en vervuilend: tijdens de productie en bij het gebruik. Er zijn ook zeker gigantische kansen voor het gebruik van data. Maar door big data te associëren met olie in plaats van goud is meteen duidelijk dat er naast voordelen ook consequenties vast zitten aan een big data-economie. Consequenties die vergelijkbaar zijn met de risico’s van milieuvervuiling.

Het eerste risico is dat bepaalde kosten niet ten laste komen van de producent. Vroeger werd dioxine klakkeloos gestort op de vuilnisbelt. Nu weten we dat het extreem schadelijk is voor ongeboren kinderen.

Ook big data kent dergelijke externaliteiten, i.e door derden geleden schade. Op basis van een grondige data-­analyse voerde Amazon voor bepaalde postcodegebieden ‘Prime Same Day Delivery’ in. Bijvoorbeeld voor alle grote steden in de VS. Behalve dan bepaalde wijken, ook in het centrum, waar (toevallig?) vooral zwarte mensen wonen . Zij lijden schade (latere levering) door een bias in het gebruikte Big Data algoritme.

Ten tweede maakt de olie-metafoor duidelijk dat het beschermen van onze privacy niet alleen een individueel belang is. Net als het beschermen van het milieu is het beschermen van privacy een maatschappelijk belang. Voor het functioneren van een democratie is privacy essentieel. Mensen moeten zich zelf een mening kunnen vormen, ook meningen die tegen de stroom in gaan, zonder zich bekeken te voelen en zich in de gaten gehouden te voelen.

Vroeger was homoseksualiteit volgens de kerk een zonde. Zonder de bescherming die privacy biedt, had de homobeweging zich na de jaren zestig nooit kunnen organiseren. Nog steeds zijn er bijvoorbeeld PVV-stemmers die zich liever anoniem politiek uiten, uit angst om op het werk met de nek aangekeken te worden .

Vandaag de dag proberen we verantwoord met het milieu om te gaan. En nemen we stappen om minder afhankelijk te worden van een fossiele brandstof als olie.

Die mentaliteit, dat perspectief, is ook essentieel als we in de toekomst verantwoord gebruik willen maken van data. Want een duurzame economie gaat niet alleen spaarzaam om met ons milieu, maar ook verantwoord om met onze persoonlijke data.

Deze column verscheen 28 mei 2016 in het Morgen katern van het FD