In de fysieke wereld zijn voorwerpen voorspelbaar. Je weet wat je er mee kunt, en je kunt voorspellen wat ze doen. Met een hamer sla je een spijker op zijn kop. Veel anders kun je er niet mee doen. En uit zichzelf doet zo’n hamer al helemaal niets. Dat is een open deur, natuurlijk.

Toch is dat in de nabije toekomst niet meer zo vanzelfsprekend. Een slimme hamer zou zomaar kunnen tellen hoe vaak je hem hebt gebruikt, hoe hard je hebt geslagen, en misschien zelfs wel in staat zijn om te voorkomen dat je jezelf op je vingers slaat…

In de virtuele wereld is niets wat het lijkt. Je kunt aan een programma op je PC, een website die je bezoekt of een app op je mobiele telefoon niet zien wat het allemaal doet. Veel van dat soort apps en websites verzamelen veel meer informatie dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Je verwacht immers niet dat een simpele zaklamp app op je mobiele telefoon de gegevens in je adres boek, en je huidige locatie verzamelt en doorstuurt. Toch gebeurt dat.

Ook zonder kwade opzet werkt software vaak anders dan ons wordt voorgespiegeld. Neem email. Het icoontje suggereert dat het bericht in een gesloten envelop verstuurd wordt. Niets is minder waar. Email wordt open en bloot verstuurd van zender naar ontvanger via een onbekende (en soms lange, de hele wereldbol omspannende) lijst van servers op het Internet. Het icoontje is niet helemaal eerlijk. Email is geen briefpost. Het is een ansichtkaart.

Door de opkomst van het Internet der Dingen vervaagt het onderscheid tussen de digitale wereld en de fysieke wereld. Fysieke voorwerpen, zoals lampen, thermostaten, koelkasten, magnetrons, etc. komen online. Die voorwerpen kunnen daardoor informatie uit hun eigen omgeving delen met anderen, en gebruik maken van informatie die ze online kunnen vinden. Veel van zulke voorwerpen kunnen ook op afstand bestuurd worden: je kunt de kleur van de verlichting aanpassen aan je stemming, en de magnetron alvast aan zetten als je bijna thuis bent.

Fysieke voorwerpen worden dus veranderlijk, en krijgen eigenschappen die we vooralsnog alleen toekennen aan de virtuele wereld. Dat creëert kansen voor bedrijven om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen, om voorwerpen ‘slim’ te maken. Het kan leiden tot radicaal nieuwe business modellen: het zou mij niet verbazen als binnenkort de eerste gratis auto’s worden uitgedeeld.

De vraag is wel of de samenleving daar altijd beter van wordt. De digitale kloof wordt een kloof in de ‘echte’ wereld. Een wereld waarin het voor mensen minder voorspelbaar wordt wat je met een voorwerp kunt doen, en wat het voorwerp uit zichzelf doet. Meestal is niet eens aan een voorwerpt te zien of het aan het Internet verbonden is. Laat staan dat de vorm en de gebruikers interface duidelijk laten zien wat het voorwerp wel en niet doet.

We wijzen mensen nu al op het risico van phishing via email, en dat ze soms op moeten passen als internetbankieren of winkelen op het Internet. Het is onwenselijk (onmenselijk!) als mensen zich in de toekomst over alle voorwerpen in hun omgeving, in essentie dus alles, moeten afvragen of het wel is wat het lijkt, of het wel te vertrouwen is.

Het is daarom zaak om te onze systemen te ontwerpen voor een menselijke wereld, waarin de burger grip heeft op zijn directe omgeving en die omgeving kan vertrouwen, waar hij ook is. Een vertrouwen dat gebaseerd is op openheid, transparantie, een juridisch kader dat de burger beschermt, en technische hulpmiddelen die mensen helpt zelf dat vertrouwen op te bouwen en te bewaken.

Zodat in de toekomst de open deur van je gratis auto ook echt een open deur is, en niet zomaar vlak voor je neus dichtslaat.