Bij deze nomineer ik de Politie Ede voor de Big Brother Awards. Zij houdt, samen met een aantal Edense bouwmarkten, de aanschaf van specifieke gereedschappen in de gaten. Hiervoor komt zij regelmatig bij de bouwmarkten langs om de camerabeelden van de aankopen van bepaald inbrekersgereedschap te bekijken. De politie is hierbij geïnteresseerd in iedereen die een breekijzer, beitel, moker en grote schroevendraaier koopt. Jawel, u leest het goed: ook de aanschaf van een grote schroevendraaier is verdacht! U mocht onverhoopt eens iets anders van plan zijn dan het repareren van uw eigen hang en sluitwerk!

Als we zo gaan beginnen dan heb ik nog wel een paar tips van andere zaken waar de politie eens scherper op moet gaan letten.

Creditcards, bijvoorbeeld. Zeer geschikt om ongemerkt deuren mee te openen door ze tussen de deur en het kozijn te schuiven. Een zeer geliefd stuk financieel gereedschap, vooral ook onder het meer kapitaalkrachtige segment van onze samenleving (dat misschien niet zo snel geneigd zal zijn zelf een schroevendraaier ter hand te nemen).

Of, nog beter, laat de politie van Ede vooral ook samen gaan werken met de lokale kantoorboekhandels of schrijfwarenwinkels. Kopers van een mooie vulpen zouden het immers eens in hun hoofd kunnen gaan halen een dreigbrief, haatpreek, ronselcampagne of gewoon een kritisch stuk te gaan schrijven.
(Dit is misschien wat ouderwets gedacht. De politie kan natuurlijk veel beter de aanschaf van iedere mobiele telefoon en laptop registreren. Die staan toch overduidelijk bekend als noodzakelijk gereedschap voor het ten uitvoer brengen van allerlei vormen van cybercrime en terroristische activiteiten. Maar wacht: ik ben naïef: dat doet het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) natuurlijk al lang…)

De politie zelf vindt natuurlijk dat ik overdrijf:

Goedwillende kopers die niet bij de politie bekend staan als inbreker hebben dan ook niets te vrezen. De politie kijkt de beelden na op de haar bekende, actieve criminelen die inbraken en ramkraken plegen. Die criminelen weet (sic!) de politie bij naam en toenaam en die worden benaderd. Van andere personen dan de aangehaalde criminelen kent de politie geen aanvullende gegevens en die zullen dan ook niet benaderd kunnen worden door de politie.

Daar wordt het alleen niet beter op, maar juist slechter. Zoals Ybo Buruma ooit al schreef:

Men zoekt niet de dader van een bekende inbraak, maar de daden van een bekende inbreker.

(Ybo Buruma, “Het recht op vergetelheid. Politiele en justitiele gegevens in een digitale wereld”, in: De staat van informatie, WRR verkenningen 25, Amsterdam University Press 2011)

De politie mag niet zomaar, zonder gerede verdenking, een actieve inbreker in de gaten houden, puur omdat hij misschien wel weer een keer een inbraak gaat plegen. Dus waar de politie van Ede vandaan haalt dat wat ze nu doen wel legitiem is, is mij een raadsel.

En wat nou als géén van de actieve inbrekers recentelijk een schroevendraaier heeft gekocht, maar jij wel. En er is een serie inbraken bij jou in de buurt gepleegd. Reken maar dat de politie dan met het fragmentje waarop jij bij de kassa die schroevendraaier staat af te rekenen onder je neus komt wrijven. Wat is dat eigenlijk, een ‘actieve’ inbreker? Iemand die een maand, een jaar, twee jaar geleden voor het laatst een inbraak heeft gepleegd? Voor de zekerheid kun je, als je ooit een keer een inbraak hebt gepleegd, of nee, sowieso, beter geen schroevendraaiers in Ede meer kopen.