Gister verscheen in The Guardian een essay van Eben Moglen over de bedreiging van onze democratische samenleving door ongelimiteerde surveillance. Het is een zeer lang stuk, beschreven vanuit een duidelijk Amerikaans perspectief, dat echter zeker de moeite van het lezen waard is. Hij baseert zijn verhaal op de Amerikaanse geschiedenis (slavernij) en cultuur (vrijheid), en beschrijft de consequenties van de surveillancestaat op de Amerikanen (die eerst niet, maar nu wel massaal in de gaten worden gehouden). Hij schuwt het drama en de demagogie niet, wat zijn essay soms wat lastig te lezen maakt. Het draagt echter wel bij aan de zeggingskracht en geeft energie aan zijn oproep om gezamenlijk de mouwen op te stropen. Een aantal punten die mij opvielen en die ik persoonlijk interessant vond wil ik hier daarom ‘kort’ bespreken.

Moglen laat mooi zien hoe spionage en op het buitenland gerichte surveillance van de Amerikanen langzaam maar zeker verwerd tot een wereldwijd sleepnet dat ook op de Amerikanen zelf gericht werd. Oude communicatiemiddelen (post, telefonie) waren ‘circuit-based’ en stonden onder controle van nationale staten; je kon dus gericht bepaalde regio’s en personen in de gaten houden zonder het risico van bijvangst. Voor Internet geldt dat niet. Al helemaal niet toen bleek dat de belangrijkste dienstaanbieders op het Internet Amerikaanse bedrijven bleken te zijn:

That distinction vanished in the United States because so much of the network and associated services, for better and worse, resided there. The question “Do we listen inside our borders?” was seemingly reduced to “Are we going to listen at all?”

Vanuit Amerikaans perspectief wellicht een belangrijke vraag. Voor de rest van de wereld echter volstrekt irrelevant.

Veel relevanter is zijn constatering dat sluipenderwijs de fundamentele rechten van de mensen werden ondermijnd, zodat:

By the end of the first decade of the 21st century, a gap opened between what the people of the world thought their rights were and what their governments had given away in return for intelligence useful only to the governments themselves. This gap was so wide, so fundamental to the meaning of democracy, that those who operated the system [lees: de NSA] began to disbelieve in its legitimacy. As they should have done.

Met als gevolg dat iemand als Snowden ooit wel op zou moeten staan.

Moglen besteed veel aandacht aan de relatie die hij ziet tussen de strijd tegen de slavernij, en de huidige situatie waarin iedereen (lees: iedere Amerikaan) constant in de gaten gehouden wordt. In beide gevallen wordt immers de persoonlijke vrijheid aan banden gelegd. Maar hij ziet ook parallellen in de manier waarop de overheid tot afschaffen van de slavernij gedwongen werd. Boston verkeerde in 1854 drie dagen lang in staat van beleg, omdat het volk in opstand dreigde te komen tegen een gerechtelijke beslissing om een gevluchte slaaf terug te brengen tot slavernij. Een vergelijkbare collectieve bewustwording en collectief verzet van onderop is in zijn ogen nodig om ook nu fundamentele verandering te bereiken.

It takes a union to destroy slavery. The essence of our difficulty, too, is union.

Persoonlijk vind ik deze analogie om een andere reden interessant (een reden die Moglen zelf niet noemt overigens). Slavernij kunnen we (extreem geformuleerd) zien als een business model, waarin er van uitgegaan wordt dat arbeid gratis is. De business modellen van Google, Facebook, Twitter en vele anderen zien persoonlijke data als gratis grondstof, die ze gebruiken om producten en diensten te verkopen aan derden. Anders geformuleerd: wij zijn niet de klant, wij zijn de grondstof. Interessant aan de analogie is dat we, net als destijds slavernij, ook dit soort business modellen ter discussie kunnen (en moeten stellen). We kunnen er zelfs voor kiezen deze business modellen illegaal te verklaren.

Privacy is een collectief belang

Privacy omvat volgens Moglen in essentie de volgende eigenschappen: geheimhouding (van wat er gezegd wordt), anonimiteit (van zowel de zender als de ontvanger/lezer van de boodschap), en autonomie. Privacy is essentieel voor een democratie. Zonder privacy kunnen we niet kiezen met wie we onze ideeën delen, en zonder anonimiteit kunnen we vervolgd worden voor onze politieke overtuiging. Het is dus een collectief belang, essentieel in een democratie.

Vooral de anonimiteit van de ontvanger staat onder druk, door de manier waarop het Internet werkt. Door te surfen op het Internet laten we ontelbare sporen over ons leesgedrag achter in logfiles van webservers, en worden we getracked met behulp van cookies. Facebook monitored je gedrag op Facebook zelf, maar ook de websites die je allemaal bezoekt (door middel van hun ‘like’ knop). Als ik de link naar deze blog tweet (zodat zoveel mogelijk mensen hem kunnen lezen), zorgt de verkorte URL die Twitter daar van maakt dat Twitter kan zien wie er allemaal op die link geklikt hebben. Ten koste van de anonimiteit van de lezer.

Het ondermijnen van de privacy vergelijkt Moglen met een ecologische ramp, omdat individuele beslissingen om onze privacy op te geven de positie van het collectief, i.e. de samenleving in zijn geheel, ondermijnen. Als ik er voor kies Google te gebruiken, dan geef ik niet alleen mijn eigen privacy op, maar ook die van mijn familie, vrienden, collega’s: iedereen die mij mail stuurt.

In this context, we must remember that privacy is about our social environment, not about isolated transactions we individually make with others. When we decide to give away our personal information, we are also undermining the privacy of other people. Privacy is therefore always a relation among many people, rather than a transaction between two.

Expliciete toestemming is in zijn ogen dan ook waardeloos, ja zelfs een gevaarlijke conceptualisering van de essentie van het privacy probleem en hoe dat opgelost zou moeten worden.

But if privacy is correctly understood, consent is usually irrelevant, and focusing on it is fundamentally inappropriate.

We laten immers ook niet de mate van water- en luchtvervuiling bepalen door de individuele toestemming van de mensen in onze omgeving. Dit is een voorbeeld van het Amerikaanse perspectief waarin Moglen de situatie beschrijft: in Amerika is privacy bescherming vooral gebaseerd op (expliciete) toestemming; in Europa is privacy bescherming (eigenlijk ‘data protectie’) op veel meer en sterkere principes gebaseerd (zoals doelbinding, proportionaliteit en het recht op inzage en correctie). Aan dit argument kan nog toegevoegd worden dat er sprake is van externaliteiten: de kosten van de aantasting van het milieu zijn extern voor het bedrijf dat zijn afval dumpt of een overmaat aan CO2 uitstoot. Dat zelfde geldt ook als het gaat om onze privacy. Privacy kan alleen beschermd worden door het als een collectief goed te zien, net als het milieu of het klimaat.

Een andere, zeer belangrijk, argument is het economische risico dat kleeft aan de manier waarop de NSA de surveillancestaat in stand houdt. Het streven van de NSA en haar bondgenoten om de Internet infrastructuur doelbewust te verzwakken (door standaarden te beïnvloeden, ‘backdoors’ in systemen af te dwingen) is onverantwoord. Diezelfde infrastructuur wordt namelijk wereldwijd door bedrijven en financiële instellingen gebruikt om veilig handel te drijven. Eén fout of doelbewust misbruik van zo’n kwetsbaarheid
kan tot een economische catastrofe leiden. De NSA ondermijnt zo de economische veiligheid en stabiliteit van de wereld. Dat is roekeloos gedrag.

Hoe verder?

Het perspectief is drastisch veranderd. Een steeds grotere groep mensen onderkent de schaduwkanten van surveillance en onderschrijft de noodzaak van afdoende bescherming van onze fundamentele rechten (in een digitale wereld). Moglen framed het tijdsgewricht als de start van een nieuwe revolutie, een strijd in en om het Internet, vergelijkbaar met de strijd tegen de slavernij en de demonstraties tegen de Vietnam oorlog.

We will never again have a similar moment of political disarray on the side that works against freedom.

Hij ziet hier ook een rol voor bedrijven, en roept mensen in die bedrijven op om, net als Snowden, hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en van binnenuit de koers van die bedrijven te veranderen. Start-ups zien hier nu ook een markt, en ontwikkelen veilige en privacy vriendelijke producten.

Google zou gemakkelijk GMail zo kunnen maken dat alle email automatisch versleuteld wordt (vergelijk iMessage van Apple) en ontoegankelijk wordt voor buitenstaanders (inclusief Google zelf). Moglen vind eigenlijk dat Google dat ook aan zijn stand (‘don’t be evil’) verplicht is en daar op de lange termijn zelfs voordeel van zou kunnen hebben. Van Facebook verwacht Moglen niets: ‘Facebook is strip-mining society’. Ze houden bijvoorbeeld onze kinderen beter in de gaten dan we zelf ooit zouden kunnen (en willen). Ze zouden transparant moeten zijn over wat ze doen, maar zijn dat absoluut niet, en zullen dat volgens Moglen ook niet worden. In plaats daarvan sneert hij:

Mark Zuckerberg recently spent $30m (£18m) buying up all the houses around his own in Palo Alto, California. Because he needs more privacy.

Moglen deelt de techniek en ‘ons’, technici, een belangrijke rol toe. Zonder technische maatregelen en ontwikkelingen ziet hij geen wezenlijke verandering. Techniek is nodig om de samenleving van een essentiële laag van bescherming te voorzien. Zoals Snowden al zei: ‘the crypto works’. We moeten er naar streven om de state-of-the-art technieken die bedrijven gebruiken om zichzelf te beschermen naar de massa te brengen. Maak de techniek zo simpel en gebruikersvriendelijk mogelijk. Streef naar het gedistribueerd opslaan van data, i.p.v. gecentraliseerde diensten te gebruiken. Alleen dan voorkom je dat het met een sleepnet verzamelen van ieders gegevens net zo makkelijk, of zelfs nog makkelijker, is dan gericht specifieke personen in de gaten te houden. Alleen dat laatste is acceptabel in een democratische rechtstaat. Dat eerste hoort alleen thuis in een totalitaire staat.

Deze oproep om in actie te komen is mij uit het hart gegrepen.