Van een kinderpsychiater hoorde ik onlangs een mooi argument waarom het beroepsgeheim zo belangrijk is. Hij noemde dit in de context van een discussie over jeugdzorg en hoe het risico op kindermishandeling kan worden verkleind.

Door sommigen wordt het beroepsgeheim van medici gezien als een lastige hindernis. Het zou kinderen in een onveilige gezinssituatie onnodig in gevaar brengen. Zonder beroepsgeheim zouden dergelijke situaties veel sneller gemeld worden. Ook zouden andere instanties, de politie of jeugdzorg bijvoorbeeld, zelf proactief informatie bij zorgverleners kunnen opvragen, en dan ook krijgen. Op die manier zouden slachtoffers voorkomen kunnen worden.

Het standaard argument ‘voor’ het medisch beroepsgeheim is dat zonder het beroepsgeheim patiënten niet meer vrijuit met de arts of psychiater zullen spreken. En waarschijnlijk, juist in schrijnende gevallen, helemaal niet meer contact op zullen nemen. Zonder beroepsgeheim vertrouwt de patiënt de arts niet meer. En verdwijnt deze uit beeld.

Dat is op zichzelf gesproken natuurlijk al erg genoeg. Het sluit een kwetsbare groep af van de broodnodige geestelijke dan wel medische zorg.

Maar het is, en dat vond ik uitermate interessant, ook nog eens contraproductief als je doel werkelijk is om slachtoffers te voorkomen. Kindermishandeling is een goed voorbeeld. Psychiaters zijn getraind om, bij signalen dat er sprake is van (of kans op) kindermishandeling, hierover het gesprek met de cliënt aan te gaan. En, in samenwerking met de cliënt, naar oplossingen te zoeken. In de meeste gevallen lukt dat. Soms lukt dat niet (en dan wordt er al dan niet aan andere instanties een melding gedaan). En (heel) soms loopt het fout af.

Maar in de meeste gevallen wordt er een oplossing gevonden. Laat dat in 8 van de 10 gevallen zo zijn. Deze 10 mensen zullen, als er geen beroepsgeheim zou zijn, en ze er niet van uit kunnen gaan dat de zorgverlener niet achter hun rug om contact opneemt met andere instanties, niet meer langs komen. Dat betekent dat je dus, in plaats van 8 mensen uit de problemen te helpen, mogelijk 8 extra slachtoffers maakt. In plaats van die ene, die er nu doorheen glipt. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Het belang van het beroepsgeheim lijkt mij (in dit specifieke geval) een duidelijke zaak. Het mooie van dit voorbeeld is dat de kosten van het opheffen van het beroepsgeheim (de privacy) niet (zoals meestal) een externaliteit zijn. Maar dat de kosten direct terugkeren op het bordje van de mensen die het beroepsgeheim willen opheffen.

Zijn er vergelijkbare argumenten in andere situaties waarin er sprake is van een beroepsgeheim? Ik hoor ze graag!