Maatschappelijke veiligheid staat nog steeds hoog op de politieke agenda. Onlangs deed minister Opstelten een aantal nieuw voorstellen, bijvoorbeeld om de politie het recht te geven terug te hacken en om verdachten te verplichten versleutelde berichten te ontsleutelen. Of het nu gaat om criminaliteit terugdringen, terrorismebestrijding of crisisbeheersing; burgers verwachten een daadkrachtige overheid.

Privacy wordt veelal gezien als een individueel belang. “Als je niets te verbergen hebt, hoef je niet bang te zijn”. Dit argument gaat er ten onrechte van uit dat je alleen maar ‘foute’ dingen te verbergen hebt. Maar persoonlijke informatie (denk aan profielen) kan ook gebruikt worden om beslissingen over jou, en ten kosten van jou, te nemen. “Het Proces” van Kafka schetst een goed beeld van de ellende die dat kan opleveren.

Privacy is echter óók een gezamenlijk belang. Privacy voorkomt “chilling effects”, voorkomt dat mensen, uit angst voor de consequenties, zich conformeren en niet een eigen mening vormen. Gebrek aan privacy stokt de ontwikkeling van nieuwe ideeën. Zo bezien is privacy een noodzaak voor een open democratie en een innovatieve samenleving. De samenleving heeft baat bij individuen die zich vrij kunnen bewegen en ontwikkelen, maar wel binnen de grenzen die de samenleving daar aan stelt.

De vraag is dan hoe deze grenzen gehandhaafd moeten worden. In de discussie wordt er vanuit gegaan dat een verbetering van de veiligheid ten koste moet gaan van de privacy. Of andersom, dat het verbeteren van de privacy noodzakelijkerwijs criminelen en terroristen in de kaart speelt. Dit is echter niet het geval.

Technisch gezien is het heel goed mogelijk om een publieke infrastructuur zo in te richten dat deze in volledige anonimiteit gebruikt kan worden, tenzij vooraf vastgelegde regels overtreden worden. Een mooi voorbeeld is de handhaving van Europese regels rondom rij- en rusttijden. Volgens die regels moet een vrachtwagenchauffeur op gezette tijden rust nemen. Door camera’s met kentekenherkenning op verschillende plaatsen langs de weg te zetten kun je in principe chauffeurs die deze regels overtreden opsporen. Echter, zonder extra maatregelen zou zo iedere auto op de weg kunnen worden geregistreerd. Door gebruik te maken van privacy enhancing technologies kan het systeem zo ontworpen worden dat alleen vrachtauto’s die zich te snel verplaatsen worden geregistreerd. Zelfs al zou de politie willen, dan nog kan ze niet naderhand het kenteken van andere auto’s achterhalen.

Deze benadering verbetert de privacybescherming, en is dus in principe aan te bevelen als het gaat om het implementeren van nieuwe systemen voor opsporing en handhaving.

Toch roept deze benadering nog vragen op. Namelijk welke regels in een dergelijk systeem ingebakken moeten worden, wie dat bepaalt, en of die regels openbaar zijn of niet. Een voorbeeld waar binnen de politie erg veel belangstelling voor is, is het detecteren van risicoprofielen. Zo’n profiel beschrijft niet daadwerkelijke strafbaar gedrag, maar enkel verdacht gedrag. Denk aan opruiende taal op Twitter, verdacht gedrag op het vliegveld, of auto’s die opvallend vaak de ambassade van de Verenigde Staten in Den Haag passeren.

Dit soort risicoprofielen zijn niet openbaar, met het argument dat anders de crimineel of terrorist detectie zou kunnen voorkomen. Maar dit heeft wel tot gevolg dat een democratische toets op de toepassing van dergelijke profielen ontbreekt. En dat als jou volstrekt onschuldig bedoelde gedrag toevallig matcht met zo’n profiel, je geen idee hebt waarom je zo vaak door de politie wordt lastig gevallen. Het voordeel dat mensen die niet aan het risicoprofiel voldoen niet meer door de politie staande worden gehouden, wordt teniet gedaan door het feit dat de onschuldige burger die wel aan het profiel voldoet juist vaker met de politie geconfronteerd wordt. De verregaande informatisering van de samenleving, gecombineerd met het feit dat 40% van de Nederlanders een smartphone heeft, en er op talloze plekken een camera of andere sensor hangt, maakt het mogelijk om zeer gedetailleerde risicoprofielen 24 uur per dag, 365 dagen per jaar toe te passen. De kosten hiervan zijn marginaal. En de gevolgen verstrekkend. Ook al gebeurt dat op de hierboven beschreven privacy-vriendelijke manier.

Veiligheid en privacybescherming kunnen prima samen gaan door vooraf vastgelegde, open, regels op een privacy vriendelijke manier te handhaven. Welke regels dat zijn, is een politieke beslissing, waarover een debat noodzakelijk is. Je kunt namelijk ook volautomatisch snelheidsovertreders bekeuren. Of alle belastingfraudeurs. In de extreemste vorm wordt zo iedere overtreding automatisch bestraft, terwijl de nette burger volstrekt anoniem blijft. De vraag is of een dergelijke situatie wenselijk is. Want zelfs met de garantie van absolute anonimiteit zal de burger zich in zo’n wereld toch altijd bekeken voelen.