Het is opvallend dat vaak de grootste privacy beschermers juist voor verregaande transparantie en vrijheid van informatie zijn (en daarmee dus voor Wikileaks en tegen copyright bescherming zijn). Er lijkt echter een behoorlijk fundamentele tegenstrijdigheid in het aanhangen van beide zienswijzen te zitten. Immers, aan de ene kant pleit men zo voor het beschermen van de eigen persoonlijke levenssfeer maar ondertussen verlangt men wel absolute transparantie van anderen.

Privacy is het recht om zelf te bepalen met wie je welke persoonlijke gegevens deelt, en hoe de ontvanger daar vervolgens mee om mag gaan. Zo is het mogelijk om de verschillende contexten waarin je je beweegt (werk en privé bijvoorbeeld) van elkaar te scheiden. Dit is belangrijk, omdat je zo kunt experimenteren met je identiteit, van ideeën en gedachten kunt veranderen, om datgene wat je deelt met je partner niet meteen hoeft te delen met je collega’s. Het is echter geen recht om altijd onzichtbaar te zijn.

Privacy is een grondrecht dat, deels, is ontstaan uit de gedachte dat het wenselijk is om het machtsverschil tussen (vooral) de overheid en de burger meer in balans te brengen. Datzelfde doel dient transparantie.

Echter: als zo’n grondrecht bestaat voor personen, zou dat dan niet ook moeten gelden voor bedrijven en organisaties? Hebben die niet ook het recht om in relatieve beslotenheid na te denken over een nieuwe strategie, een nieuwe identiteit? Hebben bedrijven niet ook verschillende contexten waarin ze opereren? Interne communicatie is iets anders als externe communicatie. Hebben werknemers niet ook het recht om tegen collega’s net even iets anders te zeggen dan tegen de buitenwereld?

Dat gezegd hebbende: het heeft natuurlijk geen pas om via allerlei niet juridische wegen WikiLeaks te bewegen om te stoppen met publicatie. De arrestatie van Assange riekt naar inmenging van hogerhand. Datzelfde geldt voor de beslissing van PayPal, MasterCard en VISA om niet langer donaties aan WikiLeaks te verwerken (terwijl een donatie aan de Klu Klux Klan geen probleem is), en de beslissing van Amazon om de site niet langer te hosten. Om publicatie te stoppen zal, zoals altijd, de rechter een afweging moeten maken tussen de verschillende belangen.

De machtsbalans tussen overheid/bedrijfsleven en burgers is door de invoering van Internet wel veranderd. De impact van Wikileaks toont dat duidelijk aan. Net zomin als privacy een recht op onzichtbaarheid is, is het niet redelijk (en noodzakelijk of wenselijk) om van bedrijven en de overheid absolute transparantie te eisen. Een pleidooi voor privacy en transparantie gaan dus prima samen, maar alleen als ze niet als een absoluut recht worden gezien.